Net als tegen Engeland kreeg Oranje ook tegen de Bulgaren een tegengoal in de extra tijd van de 2e helft te verwerken. Alleen scoorde Robben tegen de Engelsen, ook in extra tijd, nog de winnende. Het is opvallend dat Nederland veruit de meeste tegengoals in de 2e helft krijgt (28 x) tegen slechts 8 stuks in de 1e helft.
Één tegengoal viel in de verlenging. Met name in het laatste kwartier verslapt de aandacht want daarin vielen 50 % van die 28 tegengoals.
Van de 101 gescoorde goals onder Van Marwijk werden er 61 gemaakt in de 2e helft en 40 in de 1e helft. Hier is de verdeling veel gelijkmatiger.
Verder moet Nederland oppassen bij ‘dode’ spelmomenten. Zelf scoort het iets meer dan 1 op de 5 goals uit een ‘dood’ spelmoment (vrije trap, penalty, corner etc.) terwijl de tegenstanders dat tweemaal zoveel doen.
In samenwerking met: Marcel Hoefsmit – Leerdam Nederlands Elftal statisticus.