Bovenstaande grafiek is bijgewerkt t/m Hongarije op 29–03–2011.
Na het eerste interlandjaar (1905) stond de teller op +7 na twee duels met België, maar dat was na zware nederlagen tegen de Engelse Amateurs
al omgebogen tot -15 aan het eind van 1907. (tevens het dieptepunt aller tijden). Pas tijdens de Olympische Spelen van 1912 werd het negatieve doelsaldo (na een 9-0 overwinning op Finland
) definitief achter gelaten. Bij het uitbreken van WO I in 1914 was het saldo +10 (121 goals vóór en 111 tégen).
Tot 1922 lukte het ‘Oranje’ nog niet om dit verder uit te bouwen want aan het eind van dat jaar was het doelsaldo weer geslonken naar +8. Daarna vondt er een lichte stijging plaats om in 1928 een saldo van +30 te bereiken. Dankzij de slechte reeks interlands begin jaren ’30 slonk het saldo tot +10 in 1933, maar in de tweede helft van de jaren ’30 groeide het gestaag naar een hoogste punt van +53. Bij het uitbreken van WO II had Oranje 385 goals gescoord en er 342 tegen gekregen (+43).
Veel bleef er van dat saldo niet over toen Nederland begin jaren ’50 zeer matig presteerde en weer werd teruggeworpen tot een doelsaldo van +9 in 1955. Pas ná de invoering van het betaalde voetbal werd de weg omhoog weer teruggevonden om eind 1959 op + 44 goals te eindigen.
Tussen 1960 en 1970 veranderde er nauwelijks iets. Het doelsaldo duikelde eerst naar +38 om 10 jaar later op +49 te eindigen.
Pas begin jaren ’70 kwam er echt schot in de zaak en schoot het doelsaldo omhoog om tijdens de eerste WK interland in 1974 tegen Uruguay de grens van +100 te passeren.
Dat er in dit decennium goede resultaten werden behaald blijkt wel: in 10 jaar tijd steeg het saldo van +49 naar +154.
Begin jaren ’80 was er weer een dipje en werd er in drie jaar tijd slechts 10 goals in positieve zin toegevoegd aan het totaal. Daarna werd de weg naar boven weer gevonden en tijdens het Europees Kampioenschap in 1988 (tegen Ierland
op 18 juni) werd de 200-grens gehaald. De jaren ’80 werden uiteindelijk met een saldo van +211 afgesloten.
Tijdens het EK van 1992 scoorde Dennis Bergkamp tijdens het duel tegen Duitsland de 1000e goal
van Oranje; de teller van de tegengoals stond op 768 (+232). De groei zette door en vijf jaar later (30 april 1997) tijdens de 6-0 zege tegen San Marino werd de 300-grens geslecht. Eind van de eeuw werd met 1165 goals vóór en 842 goals tégen afgesloten (+323).
Ondanks het veelal matige voetbal tijdens de 2e periode van Dick Advocaat én Marco van Basten
mochten de resultaten er ná het jaar 2000 toch zijn; dit is dan ook aan het doelsaldo te merken: onder Advocaat kwamen er in 3 jaar tijd 71 goals bij.
Onder het bewind van Van Basten is het doelsaldo verder gegroeid en werd met de 3-1 zege op Finland in 2004 de 400-grens gepasseerd. Tijdens 52 duels gedurende zijn Bondscoachschap werden er 64 goals méér gescoord dan er tegen werden gekregen : 96 – 32.
Op 1 juli 2008 nam Bert van Marwijk
het roer over bij Oranje en 2008 werd afgesloten met een positief saldo van 20 goals, waarvan 15 onder Van Basten en 5 onder Van Marwijk (33 – 13 ). In 2009 en 2010 nam het positieve doelsaldo sterk toe, dankzij een sterke reeks interlands van Oranje dat in 25 ontmoetingen op rij ongeslagen bleef. Spanje maakte in de WK-Finale pas een eind aan die reeks en bracht het saldo op 493 goals. Eind 2010 stond de teller op 504 goals en het saldo loopt maar door in positieve zin …. Na drie gespeelde interlands in 2011 zijn er weer 8 doelpunten méér gescoord dan we er tegen kregen.
(c) Marcel Hoefsmit – Leerdam Nederlands Elftal statisticus.
|